Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:156.
Vonnissen moeten, naast een beslissing over de vordering (het zgn. dictum ), de gronden inhouden waarop zij berusten. Voor vonnissen van de burgerlijke rechter volgt dit, naast art. 121 Grondwet, ook uit art. 230, lid 1 onder e, Rv . De motivering vormt een essentieel deel van het vonnis en is niet een taak die de rechter aan een andere rechter kan overlaten. Ook al laat de rechter bij het op schrift stellen van het vonnis zich bijstaan door de griffier of door juridisch ondersteunend personeel, alleen de rechter zélf is degene die de volledige tekst van het vonnis vaststelt en daarvoor de verantwoordelijkheid draagt . De hiervoor aangehaalde beschikking van de Hoge Raad in de zaak Meavita laat er geen twijfel over bestaan dat de volledige tekst, dus ook de motivering, van het vonnis moet worden vastgesteld door de rechters die over de zaak oordelen (‘vonnis wijzen’). Op dat tijdstip moeten die rechters (nog) in functie zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1, en de alinea staat in dat document op bytes 16176 tot 17293.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1 | shasum -a 256