Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:156.

In de ideaaltypische situatie wordt een vonnis van de burgerlijke rechter pas uitgesproken nadat de volledige tekst van het vonnis – beslissing plus motivering − op schrift is gesteld. Ook het voorschrift van art. 231 Rv, dat de griffier op de dag van de uitspraak een afschrift van het vonnis overhandigt aan de eiser en aan de gedaagde die in het geding is verschenen, gaat uit van dit standaardgeval. Art. 230 lid 3 Rv bepaalt dat het vonnis wordt ondertekend door de rechter of, bij een meervoudige kamer, door de voorzitter en de griffier. Een vonnis kan ook worden ondertekend door de (rol-)rechter die het vonnis uitspreekt .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1, en de alinea staat in dat document op bytes 19368 tot 20080.