Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:156.
In deze prejudiciële vraag gaat het om de situatie (ii.b). Strikt genomen kan in de situatie onder b een gereedliggend, reeds volledig vastgesteld schriftelijk vonnis gewoon worden uitgesproken. Een moeilijkheid is echter gelegen in de vraag hoe een procespartij erachter komt op welke datum de volledige tekst van het vonnis (dus inclusief de motivering) is vastgesteld. Als gevolg van het raadkamergeheim is voor buitenstaanders niet altijd zichtbaar op welk tijdstip de volledige tekst van het vonnis is vastgesteld. In vroeger tijden, mij welbekend, placht de kamervoorzitter onder de uiteindelijk in raadkamer goedgekeurde concepttekst van het vonnis “ Fiat minuteren ” te schrijven, met paraaf en dagtekening, waarmee het vonnis formeel was vastgesteld. De tekst werd dan naar de typekamer van de griffie gebracht teneinde aldaar in het net te worden uitgetypt en gereedgemaakt voor de uitspraak. Sinds de gerechten gebruik maken van tekstverwerkers en – als gevolg daarvan – tot heel kort vóór de uitspraak nog wijzigingen in de tekst kunnen worden aangebracht, is het tijdstip van vaststelling minder gemakkelijk te achterhalen. In de praktijk wordt dit probleem wel opgelost door aan het slot van het vonnis de datum waarop het vonnis is vastgesteld uitdrukkelijk te vermelden naast de datum waarop het vonnis is uitgesproken .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1, en de alinea staat in dat document op bytes 23840 tot 25297.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1 | shasum -a 256