Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:156.

Het komt mij voor, dat overeenkomstige toepassing van de regeling voor verbetering van vonnissen in art. 31 Rv soelaas zou kunnen bieden. Dan is wel nodig dat ook wordt aanvaard dat verbetering van een vonnis niet door dezelfde rechter(s) in het betrokken gerecht behoeft te worden verricht. Dit laatste is logisch verklaarbaar, zolang het gaat om een kennelijke, objectief door een ieder vast te stellen vergissing in de tekst van het vonnis. Een analogische toepassing van art. 31 Rv zou voor een geval als dit inhouden dat de fout ambtshalve door een meervoudige kamer (bestaande uit de twee overgebleven leden met medewerking van een derde, vervangende rechter) vóór de uitspraak wordt hersteld. De uitgesproken versie van het vonnis bevat dan zowel de oorspronkelijk vastgestelde tekst als de vermelding van hetgeen is hersteld en de namen van de rechter(s) die daartoe heeft (of hebben) besloten . Het voorschrift, in art. 31 lid 1 Rv, dat eerst tot verbetering wordt overgegaan nadat partijen gelegenheid hebben gekregen zich daarover uit te laten, is bij de voorgestelde analogische toepassing niet aan de orde: de verbetering wordt doorgevoerd op een tijdstip waarop het vonnis nog niet (door de uitspraak daarvan) aan partijen bekend is gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1, en de alinea staat in dat document op bytes 28671 tot 30069.