Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:156.

De nietigheid van een vonnis op grond van art. 5 lid 2 RO (onvolledige samenstelling van de rechtbank) kan met deze gevallen niet op een lijn worden gesteld. Hier is de rechter in eerste aanleg juist wél toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van de zaak. Indien de rechter in eerste aanleg een inhoudelijke beslissing op de vordering of het verzoek heeft gegeven, is een (fundamenteel) gebrekkige behandeling in eerste aanleg geen grond voor terugwijzing van de zaak door de appelrechter. Deze regel volgt uit HR 1 februari 2002 (ECLI:NL:HR:2002:AD7378, NJ 2003/655 m.nt. W.D.H. Asser). De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep met de constatering dat zich geen uitzondering voordeed op het terugwijzingsverbod als bedoeld in HR 7 mei 1993, NJ 1993/655 . In de vakliteratuur is betoogd dat als het hof concludeert dat in de eerste aanleg het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden, het hof daarmee rekening moet houden bij de behandeling van de zaak in hoger beroep en zich mede als een eerste aanleg-rechter moet gedragen, ter compensatie van het gemis van de eerste instantie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caecb27adea5783da543a8b3bd0502e756bd8860a1d455aff5410d4f66b5aab1, en de alinea staat in dat document op bytes 39177 tot 40408.