Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 4.7. Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:157.

Voor zover de beroepsgronden van belanghebbende inhouden dat het in rekening brengen van revisierente van 20% onbillijk en onrechtvaardig is, worden deze beroepsgronden verworpen. Artikel 11 van de Wet van 15 mei 1829, houdende algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk, bepaalt immers dat de rechter volgens de wet moet rechtspreken en dat hij in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid van de wet mag beoordelen. Wel mag de rechter oordelen of een wet buiten toepassing dient te blijven wegens strijd met een eenieder verbindende verdragsbepaling, maar van een dergelijke strijd is hier niet gebleken. Met betrekking tot het beroep op coulance merkt de rechtbank op dat de rechtbank niet bevoegd is om op grond van coulance af te wijken van de juiste wetstoepassing. Alleen de staatssecretaris van Financiën is op grond van artikel 63 van de AWR bevoegd tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard welke zich bij de toepassing van de belastingwet mochten voordoen. Tegen een dergelijke beslissing staat geen beroep bij de belastingrechter open.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb, en de alinea staat in dat document op bytes 85284 tot 86377.