Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:157.
Bij de behandeling van de Wet IB 2001 en de Invoeringswet IB 2001 is een enigszins gewijzigde verklaring voor het in rekening brengen van revisierente door de fiscus gegeven. De revisierente vormt een rentevergoeding voor het feit dat de belasting over de premies en het behaalde rendement pas op een (veel) later tijdstip is verschuldigd dan ingeval de lijfrente van begin af aan als niet gefacilieerd spaarproduct zou zijn behandeld. Hiermee wordt voorkomen dat een belastingplichtige die een lijfrente waarvoor premie-aftrek is genoten, in een later stadium afkoopt, beter af zou zijn dan een belastingplichtige die van meet af aan zijn geld zou hebben belegd in een regulier spaarproduct dat onder het forfaitaire rendement valt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb, en de alinea staat in dat document op bytes 160712 tot 161586.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb | shasum -a 256