Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 7.3. Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:157.
Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende op grond van de hiervoor vermelde wettelijke bepalingen revisierente verschuldigd is. Het Hof sluit zich aan bij deze, naar zijn oordeel juiste, gemeenschappelijke opvatting van partijen. Gelet op artikel 11 van de Wet algemene bepalingen mag het Hof niet de innerlijke waarde of billijkheid van de wet beoordelen. Dit wordt niet anders door hetgeen belanghebbende heeft gesteld over en de persoonlijke omstandigheden die hem noopten tot afkoop van de lijfrentepolis en over de nadelige financiële gevolgen van de heffing van revisierente voor belanghebbende. Voor zover belanghebbende met deze stellingen een beroep op de zogeheten hardheidsclausule (artikel 63 van de AWR) heeft willen doen, overweegt het Hof dat uitsluitend de Minister van Financiën bevoegd is om daarop te beslissen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb, en de alinea staat in dat document op bytes 22282 tot 23139.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb | shasum -a 256