Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:157.
De onderwerpelijke bepalingen moeten worden gezien als een uiterste middel, aangezien langs andere weg gewenste waarborgen niet met zekerheid kunnen worden geschapen (verwezen zij naar hoofdstuk II, paragraaf 2.4 van deze memorie). Er wordt mee beoogd te waarborgen dat overeenkomsten waarbij aanspraken op periodieke uitkeringen zijn verzekerd en waarvoor ter zake van de premies premie-aftrek is verleend, ook daadwerkelijk, al dan niet na emigratie, op de overeengekomen wijze worden uitgevoerd, met andere woorden niet worden gewijzigd, afgekocht, vervreemd, of beleend. (…) Artikel 45a heeft voor zover het betrekking heeft op fictieve negatieve persoonlijke verplichtingen dan ook in hoge mate een prohibitieve strekking. Vanzelfsprekend geldt dit ook voor de ermee samenhangende bepalingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb, en de alinea staat in dat document op bytes 41536 tot 42362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fbdacd1cb8457166b3277fb874fd96c992b6637b04b3ca8a8f84cad7afffceb | shasum -a 256