Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:160.

De onderwerpelijke bepalingen moeten worden gezien als een uiterste middel, aangezien langs andere weg gewenste waarborgen niet met zekerheid kunnen worden geschapen (…). Er wordt mee beoogd te waarborgen dat overeenkomsten waarbij aanspraken op periodieke uitkeringen zijn verzekerd en waarvoor ter zake van de premies premie-aftrek is verleend, ook daadwerkelijk, al dan niet na emigratie, op de overeengekomen wijze worden uitgevoerd, met andere woorden niet worden gewijzigd, afgekocht, vervreemd, of beleend. (…) Artikel 45a heeft voor zover het betrekking heeft op fictieve negatieve persoonlijke verplichtingen dan ook in hoge mate een prohibitieve strekking. Vanzelfsprekend geldt dit ook voor de ermee samenhangende bepalingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02c3585e9450ee442722792c5e58cc22bd2a47f2784775bc45de0e08aa417b95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02c3585e9450ee442722792c5e58cc22bd2a47f2784775bc45de0e08aa417b95, en de alinea staat in dat document op bytes 48631 tot 49385.