Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 5.11 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:160.

Zelfs in de regeling van art. 30d zelf wordt al gezondigd tegen de rentegedachte. De 'rente' wordt immers niet berekend over het gevorderde bedrag (de premies) maar over de waarde in het economisch verkeer van de aanspraak. Het rentebedrag vormt ook, anders dan in de MvT, blz. 113, gesteld, geenszins een redelijke benadering van de door de fiscus gederfde rente. Het is evident dat in 9 van de 10 gevallen veel meer rente is gederfd. De voorgestelde regeling behelst mijns inziens in wezen niets anders dan een boete op door de fiscus ongewenst geacht gedrag. De fiscus heeft niet een vordering waarover rente wordt berekend; er wordt ook niet echt naar tijdsgelang een vergoeding voor het ter beschikking stellen van kapitaal bepaald; wanneer de belastingplichtige braaf is en de polis op de door de fiscus gewenste wijze laat afwikkelen, is geen 'rente' verschuldigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02c3585e9450ee442722792c5e58cc22bd2a47f2784775bc45de0e08aa417b95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02c3585e9450ee442722792c5e58cc22bd2a47f2784775bc45de0e08aa417b95, en de alinea staat in dat document op bytes 93995 tot 94880.