Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:161.

Het Land heeft in feitelijke aanleg gesteld (altijd) eigenaar te zijn (geweest) van de litigieuze grond. Indien het verwijzingshof deze stelling zou willen toetsen aan art. 572 BWNA (oud), geldt daarbij mijns inziens het volgende. Gelet op de hiervoor onder 2.9.2 aangehaalde toelichting bij art. 576 BW (oud), het daarop gebaseerde betoog van Diephuis e.a. dat naar de voorstelling van de regering ook verkrijging door de Staat kan plaatsvinden terwijl de onroerende zaak in bezit is van een ander, de ratio van die bepaling en haar opvolgers (art. 5:24 BW(NA)) om het ontstaan van een onroerende res nullius te voorkomen, alsmede de hiervoor onder 2.10.2 en 2.11.2 geciteerde toelichtingen bij art. 5:24 BW(NA), meen ik dat art. 572 BWNA (oud) aldus moet worden uitgelegd dat het als enige vereiste stelt dat de grond geen (andere) eigenaar heeft en dat derhalve het ‘onbeheerd zijn’ niet een afzonderlijk vereiste vormt. Het Land heeft in dat geval derhalve de stelplicht en eventuele bewijslast ter zake van het ontbreken van een eigenaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f0d6be440e1646ab3bd30da35d555fd03ad6610bfc7ff9211f92e2f546cef99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f0d6be440e1646ab3bd30da35d555fd03ad6610bfc7ff9211f92e2f546cef99, en de alinea staat in dat document op bytes 58980 tot 60203.