Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:161.

Het Land heeft als verweer tegen dit onderdeel aangevoerd dat [verzoekers] daarbij belang missen – zeer kort weergegeven – omdat [verzoekers] in feitelijke instanties niet hebben gesteld dat destijds in 1942 de verkoper van het huis, [betrokkene 4] , eigenaar van het perceel was, en daarmee beschikkingsbevoegd ten aanzien van de grond waarop het huis gebouwd was. Omgekeerd heeft het Land wel bij herhaling gesteld (ook destijds al) eigenaar van de grond te zijn geweest en daarin ligt besloten dat – volgens het Land – [betrokkene 4] geen eigenaar was van die grond (en derhalve terzake ook niet beschikkingsbevoegd). Bij gebreke van beschikkingsbevoegdheid aan de zijde van de verkoper, [betrokkene 4] , moet het ervoor worden gehouden dat bij de akte in 1942 geen overdracht is bewerkstelligd, zulks ongeacht de titel en de leveringshandeling, aldus het Land.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f0d6be440e1646ab3bd30da35d555fd03ad6610bfc7ff9211f92e2f546cef99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f0d6be440e1646ab3bd30da35d555fd03ad6610bfc7ff9211f92e2f546cef99, en de alinea staat in dat document op bytes 61259 tot 62209.