Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.

Zoals gezegd, geeft de wet afwijkende voorschriften voor zaken betreffende het personen- en familierecht, in andere zaken dan scheidingszaken (art. 798-813 Rv). Eén van die afwijkende voorschriften volgt uit art. 799 lid 1 Rv, dat bepaalt dat een verzoekschrift niet alleen de namen van belanghebbenden bevat, maar ook van ‘anderen wier verklaring in verband met de beoordeling van het verzoek van betekenis zijn’. Deze ‘anderen’ zijn de zogeheten informanten. De omschrijving van deze ‘anderen’ is vrij algemeen, waardoor een ieder die een verklaring kan afleggen die mogelijk van belang kan zijn voor de beoordeling van het verzoek, tot de kring van informanten kan worden gerekend. Iemand die als informant is aangemerkt, kan niet tevens belanghebbende kan zijn. Zo zal de grootouder in het kader van een verzoek tot een omgangsregeling tussen ouder en kind wel kunnen kwalificeren als ‘informant,’ maar niet als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv, omdat de zaak niet rechtstreeks betrekking heeft op zijn of haar rechten en verplichtingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 52652 tot 53923.