Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 2.30 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.

Art. 1:198 lid 1 BW regelt wie de juridische moeder is van een kind. Hoe juridisch vaderschap kan ontstaan, is bepaald in art. 1:199 BW. De juridische vader van een kind is de man die op het tijdstip van de geboorte van het kind met de vrouw uit wie het kind is geboren, is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, tenzij onderdeel b of de slotzin van art. 198, lid 1, onder b geldt (sub a). Juridische vader is verder de man die de nieuwe echtgenoot of geregistreerd partner van de moeder is, na het overlijden van de eerste echtgenoot of geregistreerd partner en de moeder een ontkenning van vaderschap heeft afgelegd in de situatie dat zij sedert de 306e dag voor de geboorte van de vader gescheiden heeft geleefd (sub b). Verder is juridische vader de man die het kind heeft erkend (sub c) en de man die het kind heeft geadopteerd (sub e). Ten slotte is juridische vader de man wiens vaderschap gerechtelijk wordt vastgesteld, nadat de moeder of het kind daar op de voet van art. 1:207 BW om heeft verzocht (sub d). Voor toewijzing is voldoende dat de man verwekker is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 56233 tot 57461.