Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Onder 2.44 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.
Voor wat betreft het tweede aspect, het eerlijk verloop van het besluitvormingsproces, overweegt het hof dat het besluitvormingsproces, in het licht van de zaak als geheel, zodanig moet zijn ingericht dat de door art. 8 EVRM beschermde belangen voldoende worden gewaarborgd. Art. 8 EVRM biedt hier dus procedurele waarborgen. Voor jeugdbeschermingszaken betekent dit dat de ouders, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval en de ernst van de maatregelen, in voldoende mate in het besluitvormingsproces moeten zijn betrokken, zodat voldoende met hun door art. 8 EVRM beschermde belangen rekening wordt gehouden. Het gaat hierbij om het besluitvormingsproces in zijn geheel bezien, dat wil zeggen zowel de rechterlijke procedure als de daaraan voorafgaande besluitvormingsfase. Is dat niet het geval, dan is er sprake van een inbreuk op het recht op eerbiediging van het gezinsleven ( family life ) die niet als noodzakelijk in de zin van art. 8 lid 2 EVRM kan worden beschouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 76742 tot 77903.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf | shasum -a 256