Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Onder 2.57 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.
In haar conclusie bij de beschikking had A-G Wesseling-van Gent een ander standpunt ingenomen. Startpunt in haar redenering is de vaste rechtspraak van de Hoge Raad, dat bij de beoordeling of iemand belanghebbende is een rol zal spelen in hoeverre hij door de uitkomst van de procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen, dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang. Nu vast stond dat de broer family life had met de uit huis te plaatsen kinderen, leidde zij daaruit af dat de broer door de uitkomst van de procedure zodanig in zijn eigen belang kan worden getroffen, dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 98893 tot 99688.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf | shasum -a 256