Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 2.62 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.

Het is de vraag of het oordeel van de Hoge Raad in deze zaak voldoet aan de eisen die voortvloeien uit het EVRM. Zoals besproken is onder 2.41-2.45, houdt de rechtspraak van het EHRM in, kort samengevat, dat ouders bij het treffen van kinderbeschermingsmaatregelen voldoende in het besluitvormingsproces moeten worden betrokken. Wie onder ‘ouders’ moeten worden verstaan volgt niet uit de rechtspraak van het EHRM. Maar gelet op de koppeling die wordt gemaakt tussen een ‘fair besluitvormingsproces’ en de rechten van betrokkene onder art. 8 EVRM (§ 64 van de zaak N.P./Moldavië , zie onder 2.41), lijdt het naar mijn mening geen twijfel dat (in ieder geval) een ouder die family life heeft met het kind, daardoor recht heeft om betrokken te worden in het besluitvormingsproces over het treffen van kinderbeschermingsmaatregelen. De impliciete veronderstelling is hierbij dat een kinderbeschermingsmaatregel altijd (ook) het belang raakt van de ouder die family life heeft met het kind.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 114791 tot 115940.