Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 2.65 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.

Ook De Groot heeft erop gewezen dat in de uitspraak van de Hoge Raad van 12 september 2014 niet aan de orde kwam of het voor het antwoord op de prejudiciële vraag verschil maakt of de ouder zonder gezag de minderjarige geheel of ten dele verzorgt en opvoedt. Door de na de uitspraak in werking getreden wijziging van art. 798 lid 1 Rv rees, zo schrijft De Groot, ‘ de vervolgvraag of het antwoord op die prejudiciële vraag in combinatie met die wetswijziging, nu tot gevolg had dat de nieuwe partner die een gezin vormt met de ouder die met het gezag is belast, in een zaak over ondertoezichtstelling belanghebbende kan zijn, en de juridische ouder zonder gezag niet ’. Het antwoord op deze vraag zou, zo volgt uit wat ik hiervoor heb opgemerkt, ontkennend moeten zijn. Dat standpunt is ook ingenomen door Van Teeffelen, die schrijft dat een ouder zonder gezag maar met family life , met een beroep op analoge toepassing van het gewijzigde art. 798 lid 1 Rv een vergelijkbare positie als die van de pleegouder geboden moet worden en dus als belanghebbende moet worden aangemerkt. Dit is ook in de feitenrechtspraak wel aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 118542 tot 119950.