Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.

In de onderhavige zaak heeft het hof vastgesteld dat de vader en moeder in gezinsverband met de minderjarigen hebben samengeleefd tot in 2015. Toen is de relatie tussen de ouders verbroken en sindsdien wonen zij niet meer samen. Het hof heeft verder vastgesteld dat de minderjarigen sinds 7 oktober 2015 opnieuw uit huis zijn geplaatst en sinds 2 februari 2016 tezamen in het huidige, perspectief biedende, pleeggezin verblijven. In deze vaststellingen ligt besloten dat reeds ten tijde van het inleidende verzoek van de raad van 20 januari 2017, niet meer was voldaan aan de voorwaarde van art. 798 lid 1, tweede volzin , Rv dat de vader [kind 1] gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt. ’s Hofs (impliciete) oordeel dat de vader in de procedure ten aanzien van [kind 1] niet op grond van art. 798 lid 1, tweede volzin , Rv kan worden aangemerkt als belanghebbende, geeft dan ook niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Dat de vader [kind 1] in de periode vanaf zijn geboorte tot in 2015 mogelijk wel gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin heeft verzorgd en opgevoed is, zoals gezegd, niet voldoende om hem op grond van art. 798 lid 1, tweede volzin , Rv als belanghebbende aan te merken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 139492 tot 141054.