Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.

Men zou het problematisch kunnen achten om de tweede volzin van art. 798 lid 1 Rv ook van toepassing te laten zijn op andere niet-ouders dan pleegouders, omdat de toelichting op het amendement er zo duidelijk op wijst dat de bepaling geschreven is voor pleegouders (zie onder 2.16). Ook in sommige van de hiervoor aangehaalde uitspraken van feitenrechters wordt hierop gewezen. Dat de tweede volzin is geschreven voor pleegouders blijkt ook uit de terminologie “ gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt ”. Deze omschrijving komt ook voor in andere bepalingen die bedoeld zijn ter versterking van de rechtspositie van pleegouders, zoals art. 1:253s lid 1 BW (blokkaderecht pleegouders), art. 1:265d lid 2 BW (verzoek tot beëindiging uithuisplaatsing), 1:265i lid 1 BW (wijziging pleeggezinsplaatsing na een jaar), art. 1:299a BW (voogdijverzoek pleegouders) en art. 1:336a BW(blokkaderecht pleegouders). Zoals besproken is, is in het BW niet gedefinieerd wat een pleegouder is (zie onder 2.31-2.32).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 152287 tot 153375.