Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.

Met deze oordelen heeft het hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Hoewel het uitgangspunt dat een ouder zonder gezag reeds om die enkele reden niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de procedure ter zake van de gezagsbeëindiging van de andere ouder, naar mijn mening te beperkt is (zie onder 2.63), volgt uit rov. 7-12 van de beschikking dat het hof wel degelijk een bredere toets heeft aangelegd. Het hof heeft immers tevens onderzocht of sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat de vader door de gezagsbeëindiging van de moeder (toch) rechtstreeks in zijn rechten en verplichtingen wordt geraakt. In dat verband heeft het hof overwogen dat de vader weliswaar family life heeft met de minderjarigen als bedoeld in art. 8 EVRM, maar dat de uitoefening van dát family life door de beëindiging van het gezag van de moeder niet wordt geraakt (rov. 11). Hierbij heeft het hof mede van belang geacht dat de vader – ook na de (eventuele) gezagsbeëindiging van de moeder – de rechter kan verzoeken om met hem met het gezag over de minderjarigen te belasten. Langs deze weg zou de vader zijn family life met de kinderen, dat thans bestaat uit een omgangsregeling, verder kunnen uitbreiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 160912 tot 162390.