Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.
Vast te stellen is dat in art. 810a lid 2 Rv niet omschreven is wie als ‘ouder’ in de zin van de bepaling moet worden aangemerkt. Nu het begrip ‘ouder’ geen vaste, wettelijke betekenis heeft (vergelijk onder 2.29-2.30), betekent dat dat niet duidelijk wie precies gebruik kunnen maken van het recht op contra-expertise. Zo is niet duidelijk of vereist is dat de ouder gezag uitoefent over de minderjarige. Hierdoor sluit de wettekst niet uit dat onder de reikwijdte van de bepaling ook valt de ouder van wie het ouderlijk gezag is beëindigd of de vader die het kind heeft erkend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 164216 tot 164945.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf | shasum -a 256