Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.

Uit de geciteerde passages leid ik af dat het recht op contra-expertise waarop art. 810a lid 2 Rv betrekking heeft, toekomt aan de ouder die door de rechter in de procedure waarin het gaat over een maatregel van kinderbescherming, als belanghebbende wordt aangemerkt. Dit sluit aan bij de ‘vooropstelling’ van de Hoge Raad over de strekking van de bepaling (die niet los kan worden gezien van lid 1 van art. 810a Rv):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 170448 tot 170981.