Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.
Aan te nemen is dat als ouders van een minderjarige niet betrokken zijn in een zaak over een maatregel van jeugdbescherming – omdat zij niet als belanghebbende zijn aangemerkt – het doel van de bepaling, het desgewenst gemotiveerd kunnen weerspreken van het standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming, niet in beeld komt. Anders gezegd: als een ouder geen belanghebbende is in de procedure, speelt het met de bepaling te dienen doel om recht te doen aan het beginsel van equality of arms, geen rol. De ouder heeft dan immers geen zelfstandige eigen positie in de procedure, waardoor ook geen sprake is van ‘het weerspreken van een standpunt’. De ouder kan dan slechts de positie van informant hebben (zie onder 2.26-2.28). Het ligt niet in de rede om een ouder die niet als belanghebbende kwalificeert en die dus geen van de rechten heeft die toekomen aan een belanghebbende (zie onder punt 2.7), het veel verdergaande recht op contra-expertise toe te kennen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 171492 tot 172537.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf | shasum -a 256