Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.
Subonderdeel B bevat de klacht dat het hof heeft miskend dat de vader in de procedure met betrekking tot de beëindiging van het ouderlijk gezag over de minderjarige [kind 2] als belanghebbende dient te worden aangemerkt op grond van art. 798 lid 1, eerste volzin , Rv, nu de zaak rechtstreeks betrekking heeft op zijn rechten en verplichtingen. Uitsluitend voor het geval de klacht in subonderdeel A niet slaagt, klaagt subonderdeel B dat het hof heeft miskend dat de vader in de procedure met betrekking tot de beëindiging van het ouderlijk gezag over [kind 1] als belanghebbende dient te worden aangemerkt op grond van art. 798 lid 1, eerste volzin , Rv, nu deze zaak eveneens rechtstreeks betrekking heeft op zijn rechten en verplichtingen. In dat verband wordt aangevoerd dat het hof het belang van de vader in deze procedure en bij de uitkomst daarvan heeft miskend. Volgens het subonderdeel zou het hof ook hebben miskend dat art. 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) de overheid de positieve verplichting oplegt te bevorderen dat ouders en kinderen worden verenigd respectievelijk verenigd blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 18389 tot 19696.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf | shasum -a 256