Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.

De zaak vertoont enige samenhang met de thans bij de Hoge Raad aanhangige prejudiciële zaak met rolnummer 17/04701. In die zaak heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch aan de Hoge Raad (onder meer) de vraag voorgelegd of in een procedure in hoger beroep tegen een beschikking waarbij op grond van art. 1:266 BW het gezag van beide ouders is beëindigd, maar waarbij de grieven van de principaal appellerende ouder slechts zijn of haar eigen gezag betreffen, de andere ouder als belanghebbende (in de zin van art. 798 lid 1 Rv) dient te worden aangemerkt. In mijn conclusie van 2 februari 2018 ben ik (onder 2) uitvoerig ingegaan op het op die zaak toepasselijke juridisch kader, waarna ik (onder 3) de genoemde prejudiciële vraag bevestigend heb beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 20362 tot 21235.