Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.
Voor zaken betreffende het personen- en familierecht, in andere zaken dan scheidingszaken, geeft de wet voorschriften (art. 798-813 Rv) die afwijken van de algemene regels voor verzoekschriftprocedures (art. 261-291 Rv). Eén van die afwijkende voorschriften is art. 798 lid 1 Rv, dat bepaalt wie voor de toepassing van Boek III, Titel 6, Afdeling 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering onder ‘belanghebbende’ wordt verstaan. Art. 798 lid 1 Rv bestond tot 1 januari 2015 alleen uit de eerste volzin van de huidige bepaling (mijn onderstreping):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 26419 tot 26991.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf | shasum -a 256