Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:162.

Ook de Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht heeft in haar advies over het belanghebbende-begrip in art. 798 lid 1 Rv gewezen op de problematische verhouding tussen de eerste en tweede volzin van art. 798 lid 1 Rv. Daarbij wordt in de eerste plaats opgemerkt dat uit de wetsgeschiedenis (de aangehaalde toelichting op het amendement) niet duidelijk wordt waarom niet is volstaan met het als informant aanmerken van de pleegouders en stiefouders (zie over de informant onder 2.26-2.28). In de tweede plaats wordt geconstateerd dat het begrip ‘ouder’ in de tweede volzin niet duidelijk is omschreven, waardoor daar mogelijk ook anderen dan pleegouders, zoals een biologische ouder zonder juridisch ouderschap (zie daarover 2.29-2.30), onder zouden kunnen vallen. Die uitleg verdraagt zich echter niet zonder meer met de toelichting op het amendement. Ook de nieuwe partner van de juridische ouder zou volgens de Adviescommissie mogelijk onder de reikwijdte van de tweede volzin kunnen vallen. De Adviescommissie wijst erop dat door de toegevoegde tweede volzin, pleegouders méér zekerheid hebben verkregen over hun status in een verzoekschriftprocedure dan andere ouders van een minderjarige, die niet met het gezag zijn belast. De commissie acht dit een ongewenste situatie en heeft de minister daarom verschillende suggesties gedaan om door wetswijziging meer duidelijkheid te scheppen over de tweede volzin van art. 798 lid 1 Rv, óók met het oog op de uitleg van de eerste volzin van die bepaling. Deze suggesties zijn: (1) het schrappen van de tweede volzin; (2) verplaatsing van de tweede volzin naar de regeling van de informant in art. 800 lid 1 Rv, of (3) wijziging van de tweede volzin in de volgende tekst: ‘ Degene die de minderjarige op wie de zaak betrekking heeft als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, wordt aangemerkt als belanghebbende. ’ Deze laatste suggestie zou neerkomen op een verruiming van de strekking van de tweede volzin. Er is nog niets gedaan met deze suggesties, zo bleek mij uit navraag bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6b626e9768fe51a36c974d5b381b7c9ad4b378aa3dd5190589ead8f34a58cf, en de alinea staat in dat document op bytes 41055 tot 43321.