Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:164.

Art. 30n Rv voorziet voor de door KEI gecreëerde nieuwe civiele basisprocedure in een algemene regeling voor het proces-verbaal dat wordt opgemaakt tijdens de mondelinge behandeling, ongeacht de aanleiding voor het proces-verbaal. Op grond van het eerste lid van art. 30n, aanhef en onder a en b, Rv maakt de rechter van de mondelinge behandeling proces-verbaal op indien hij dit ambtshalve of op verzoek van een partij die daarbij belang heeft, bepaalt, dan wel op verzoek van de hogerberoepsrechter of de Hoge Raad. Met betrekking tot het belang van een partij is in de toelichting opgemerkt dat dit zich kan voordoen als partijen bepaalde erkenningen hebben gedaan of vorderingen hebben ingetrokken – derhalve omstandigheden die betrekking hebben op hetgeen ter zitting is verhandeld .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/210119daafb0fed0dbecddba6a297c06bc1cb4a7154ca52aea50fa5ada982396. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 210119daafb0fed0dbecddba6a297c06bc1cb4a7154ca52aea50fa5ada982396, en de alinea staat in dat document op bytes 44778 tot 45646.