Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 4.14. Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:166.
Dat de ondernemingskamer in rov. 3.10 van de beschikking heeft geoordeeld dat het besluit niet strekt tot een ongeoorloofde omzeiling van het bepaalde in art. 2:18 BW, maakt het voorgaande niet anders. Kennelijk heeft de ondernemingskamer met dit oordeel slechts willen aangeven dat het standpunt van de ondernemingsraad over de verplichte toepassing van art. 2:18 BW evident onjuist is zodat daar niet verder op in hoefde te worden gegaan. Het verweer van Holland Casino kon daarom onbesproken blijven, zoals de ondernemingskamer in rov. 3.10 van de beschikking heeft geoordeeld. In het geval dat de klachten van het derde onderdeel door de Hoge Raad gegrond zouden worden bevonden, betekent dit dat ook het door Holland Casino gevoerde verweer alsnog door de ondernemingskamer dient te worden behandeld. Zoals ik hiervoor aangaf dient dat verweer te slagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cafeadfc3c5fed998a9cdc894ae20836a68e012014d7e4cf450c166447b33655. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cafeadfc3c5fed998a9cdc894ae20836a68e012014d7e4cf450c166447b33655, en de alinea staat in dat document op bytes 47795 tot 48667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cafeadfc3c5fed998a9cdc894ae20836a68e012014d7e4cf450c166447b33655 | shasum -a 256