Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 4.26. Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:166.

Onderdeel 3D klaagt dat door de in het besluit gekozen wijze van omvorming de Staat zonder de daarvoor in art. 2:18 lid 4 BW vereiste rechterlijke beoordeling door de gewone burgerlijke rechter en ten gronde aandeelhouder wordt van de nieuwe naamloze vennootschap. Daardoor is onder meer geen sprake van een vaststelling en waardering van de positie van de Staat ten opzichte van Holland Casino, ten gronde en door de bevoegde rechter, teneinde te beoordelen of de positie van de Staat rechtvaardigt dat de Staat aandeelhouder wordt in de nieuwe naamloze vennootschap en het vermogen van stichting als het ware wordt aangewend voor een storting op de aandelen in de nieuwe naamloze vennootschap, zoals art. 2:18 lid 6 BW verlangt. Dit is te meer onaanvaardbaar, aangezien de ondernemingskamer de positie van de Staat ten opzichte van Holland Casino niet volledig heeft beoordeeld. De ondernemingskamer heeft zich er immers toe beperkt te bezien of de opvatting van Holland Casino zelf over de positie van de Staat meebrengt dat Holland Casino niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen (rov. 3.8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cafeadfc3c5fed998a9cdc894ae20836a68e012014d7e4cf450c166447b33655. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cafeadfc3c5fed998a9cdc894ae20836a68e012014d7e4cf450c166447b33655, en de alinea staat in dat document op bytes 58080 tot 59203.