Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2018
Onder 4.8.2 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:180.
In het arrest van de Hoge Raad van 16 april 2010 heeft de Hoge Raad een verduidelijking gegeven over de invulling van de onderzoeksplicht van de Inspecteur. De zaak betrof een belastingplichtige die geen verzekering tegen ziektekosten had afgesloten, omdat hij vanwege zijn geloof gemoedsbezwaren had tegen verzekeringen. De belastingplichtige werd, vanwege die bezwaren, niet in de premieheffing volksverzekeringen aangeslagen, maar in de premievervangende belasting. De belastingplichtige had in 2001 een eenmanszaak. Over het jaar 2001 heeft de belastingplichtige aangifte inkomstenbelasting/premievervangende belasting gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil. In het aangiftebiljet is € 27.608 aan ziektekosten en andere buitengewone uitgaven als aftrekpost opgenomen. De belastingplichtige heeft als bijlage bij de papieren aangifte de jaarrekening van zijn onderneming gevoegd, waarin in het overzicht van privéstortingen en -onttrekkingen melding gemaakt werd van de gedane uitgaven voor ziektekosten. Daarnaast werd in dit overzicht vermeld dat hij € 37.555 aan giften had ontvangen. De Inspecteur heeft zonder nader onderzoek de aanslag conform de aangifte opgelegd. Naar aanleiding van de beoordeling van de aangifte voor de inkomstenbelasting/premievervangende belasting over het opvolgende jaar 2002 heeft de Inspecteur het standpunt ingenomen dat de uitgaven die belanghebbende in 2001 en 2002 voor ziektekosten had gedaan niet op hem hadden gedrukt, gelet op de door de belastingplichtige ontvangen giften en dat voor het jaar 2001 dus ten onrechte een bedrag aan ziektekosten in aanmerking is genomen. In verband daarmee heeft de Inspecteur aan de belastingplichtige een navorderingsaanslag over het jaar 2001 opgelegd. Het Hof oordeelde dat er sprake was van een nieuw feit, zodat navordering toegestaan was. De belastingplichtige stelde beroep in cassatie in. In zijn conclusie van 25 augustus 2009 heeft A-G Van Ballegooijen de onderzoeksplicht van de Inspecteur nader bezien:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/943448d35245ff8685a0cfcace88bba83fae4d11148df7864a1f8adc8850b9ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 943448d35245ff8685a0cfcace88bba83fae4d11148df7864a1f8adc8850b9ab, en de alinea staat in dat document op bytes 86843 tot 89007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/943448d35245ff8685a0cfcace88bba83fae4d11148df7864a1f8adc8850b9ab | shasum -a 256