Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2018
Onder 3.4.2 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:186.
In sommige gevallen is voor het ontstaan van de aanspraak op een billijke vergoeding uitdrukkelijk vereist dat de werkgever in verband met het einde van de arbeidsovereenkomst een ernstig verwijt kan worden gemaakt. In andere gevallen ligt de ernstige verwijtbaarheid besloten in de in de wet omschreven situatie waarin recht op een billijke vergoeding bestaat. (…) Art. 7:681 BW behoort tot de laatstgenoemde categorie. Volgens art. 7:681 lid 1 BW kan de rechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever vernietigen, of op verzoek van de werknemer aan hem ten laste van de werkgever een billijke vergoeding toekennen, onder meer indien de werkgever in strijd met art. 7:671 BW heeft opgezegd zonder de vereiste schriftelijke instemming van de werknemer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47a50d76fbb34cf2c9ce5cfeddd19b064a1504f7d08325b63e283be3eca730ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47a50d76fbb34cf2c9ce5cfeddd19b064a1504f7d08325b63e283be3eca730ee, en de alinea staat in dat document op bytes 87010 tot 87943.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47a50d76fbb34cf2c9ce5cfeddd19b064a1504f7d08325b63e283be3eca730ee | shasum -a 256