Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2018

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:186.

Op het eerste gezicht zou men wellicht kunnen menen dat deze vraag ontkennend moeten worden beantwoord. De reden daarvoor zou zijn dat, anders dan bij de billijke vergoeding van art. 7:681 lid 1, aanhef en sub a, BW waarin de ernstige verwijtbaarheid van het ontslag ligt besloten in de toepasbaarheid van die bepaling (zie rov. 3.4.2 van New Hairstyle -beschikking), ernstige verwijtbaarheid bij de billijke vergoeding van art. 7:683 lid 3 BW niet de grondslag voor die vergoeding vormt. Het zou bij de billijke vergoeding van art. 7:683 lid 3 BW slechts gaan om de waarde van de (niet te herstellen) arbeidsovereenkomst. Zie in deze zin de wetsgeschiedenis:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47a50d76fbb34cf2c9ce5cfeddd19b064a1504f7d08325b63e283be3eca730ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47a50d76fbb34cf2c9ce5cfeddd19b064a1504f7d08325b63e283be3eca730ee, en de alinea staat in dat document op bytes 97571 tot 98341.