Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2018
Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:186.
Toch is het de vraag of dit een juiste conclusie is. Voor ogen moet worden gehouden dat art. 7:683 lid 3 BW betrekking heeft op twee situaties. In de eerste plaats ziet art. 7:683 lid 3 BW op het geval waarin, volgens de appelrechter, de kantonrechter een verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten onrechte heeft toegewezen. In een dergelijke situatie hoeft inderdaad geen sprake te zijn van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Het indienen van een ontbindingsverzoek is immers - in beginsel - op zichzelf niet verwijtbaar; de werkgever maakt gebruik van een mogelijkheid die de wet hem toekent. De opmerking van de regering dat het hier geen billijke vergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten betreft, is dan ook begrijpelijk. In deze situatie, waarin geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid, is de billijke vergoeding (uitsluitend) een compensatie voor de waarde van de arbeidsovereenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47a50d76fbb34cf2c9ce5cfeddd19b064a1504f7d08325b63e283be3eca730ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47a50d76fbb34cf2c9ce5cfeddd19b064a1504f7d08325b63e283be3eca730ee, en de alinea staat in dat document op bytes 100294 tot 101284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47a50d76fbb34cf2c9ce5cfeddd19b064a1504f7d08325b63e283be3eca730ee | shasum -a 256