Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018
Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:189.
7. In cassatie wordt bestreden dat uit de verklaringen van [betrokkene 2] en van de verdachte kan worden afgeleid (ik citeer het hof en onderstreep de gewraakte vaststelling) “ dat [betrokkene 1], [betrokkene 3] en verdachte op 8 november 2013 zeer vroeg in de ochtend gezamenlijk met de harddrugs zijn aangekomen in de woning van [betrokkene 2], waarna een deel van de harddrugs in de woonkamer is gelegd en een ander deel is opgeborgen in de zwarte rugzak in de slaapkamer. ” Uit deze (aangevochten) vaststelling heeft het hof vervolgens opgemaakt dat van de zijde van de verdachte, [betrokkene 3] en [betrokkene 1] “ van een gezamenlijke machtsuitoefening sprake is geweest ” over de (later) aangetroffen verdovende middelen, als gevolg waarvan de verdachte als medepleger van het aanwezig hebben van die verdovende middelen is aan te merken. Deze nadere gevolgtrekking én de kwalificatie van medeplegen worden in cassatie eveneens bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbb3744f99923badc2037eb050fbbeb902790447b769d99a01c1789bb1daab1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbb3744f99923badc2037eb050fbbeb902790447b769d99a01c1789bb1daab1, en de alinea staat in dat document op bytes 29451 tot 30564.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fbb3744f99923badc2037eb050fbbeb902790447b769d99a01c1789bb1daab1 | shasum -a 256