Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018

Alinea 126 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:189.

9. Meer in het algemeen eerst het volgende. Voor het opzettelijk ‘aanwezig hebben’ van verdovende middelen als bedoeld in artikel 2, onder C, Opiumwet, is niet beslissend aan wie die middelen (in eigendom) toebehoren. Enige beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen is niet vereist. Voldoende is dat de verboden middelen zich in de ‘machtssfeer’ van de verdachte bevinden, waartoe in elk geval noodzakelijk is dat de verdachte wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbb3744f99923badc2037eb050fbbeb902790447b769d99a01c1789bb1daab1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbb3744f99923badc2037eb050fbbeb902790447b769d99a01c1789bb1daab1, en de alinea staat in dat document op bytes 31425 tot 32203.