Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018

Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:189.

12. Bovendien is dus nog vereist dat de ‘macht’ over de aanwezige verdovende middelen ‘tezamen wordt uitgeoefend’. Daarbij ligt het accent op de samenwerking en dient de bijdrage van de verdachte aan deze machtsuitoefening van voldoende gewicht te zijn alvorens hem als medepleger te kunnen aanmerken. Vanwege het abstracte en m.i. ook weinig begrenzende karakter van het begrip ‘macht’ en van de mogelijke uitoefening daarvan over verdovende middelen, vrees ik voor de rechtspraktijk dat algemene regels niet vallen te geven en dat het eventuele bestaan van die machtsrelatie een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval vergt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbb3744f99923badc2037eb050fbbeb902790447b769d99a01c1789bb1daab1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbb3744f99923badc2037eb050fbbeb902790447b769d99a01c1789bb1daab1, en de alinea staat in dat document op bytes 34575 tot 35309.