Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018
Alinea 131 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:189.
14. Naar mijn inzicht heeft het hof uit de bewijsmiddelen (slechts) kunnen afleiden dat de verdachte in de vroege ochtend van 8 november 2013 tegelijkertijd met [betrokkene 3] en [betrokkene 1] is gearriveerd in de woning van [betrokkene 2] te Zoetermeer. Niet eerder dan vanaf dat moment waren in die woning de verdovende middelen aanwezig die later die dag door de binnentredende opsporingsambtenaren openlijk zijn aangetroffen op de salontafel en op het tv-dressoir, en opgeborgen in een rugzak in een kast in de slaapkamer. De drie mannen hebben zich op enig moment in de woning te ruste gelegd. Andere omstandigheden dan deze heeft het hof niet rechtstreeks vastgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbb3744f99923badc2037eb050fbbeb902790447b769d99a01c1789bb1daab1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbb3744f99923badc2037eb050fbbeb902790447b769d99a01c1789bb1daab1, en de alinea staat in dat document op bytes 35635 tot 36324.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fbb3744f99923badc2037eb050fbbeb902790447b769d99a01c1789bb1daab1 | shasum -a 256