Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018
Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:19.
Opsporingsambtenaren hebben zich over de gesloten envelop ontfermd, waarna deze op het politiebureau in een kluis is geplaatst. Volgens art. 98 Sv is het in een geval als het onderhavige de R-C die over de kennisneming moet beslissen. Over diens beslissing kan vervolgens bij de rechtbank worden geklaagd. In de onderhavige zaak is die weg niet bewandeld. Van een oordeel van de R-C blijkt niet. De klaagster heeft een klaagschrift ingediend dat door de rechtbank is aangemerkt als een klaagschrift ex art. 552a Sv (en dus niet als een klaagschrift dat gericht is tegen een beslissing van de R-C). De rechtbank heeft daarbij de behandeling van het klaagschrift niet aangehouden en de stukken niet in handen van de R-C gesteld. Over dit verzuim wordt echter niet geklaagd. Een reden voor ambtshalve cassatie levert het mijns inziens evenmin op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd9b8dbfef333b44c3967e3e4b411aa1e784abde9d9bcdd221c2c0f4aeef8a8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd9b8dbfef333b44c3967e3e4b411aa1e784abde9d9bcdd221c2c0f4aeef8a8c, en de alinea staat in dat document op bytes 6119 tot 7167.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd9b8dbfef333b44c3967e3e4b411aa1e784abde9d9bcdd221c2c0f4aeef8a8c | shasum -a 256