Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018

Onder 4.9. Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:19.

Naast dit in mijn ogen doorslaggevende argument waarom de opvatting van de rechtbank voor onjuist moet worden gehouden, staan andere, bijkomende argumenten. Ik wijs er in de eerste plaats op dat de stelling dat op de camerabeelden niet te zien is wie patiënt is en wie niet, niet altijd opgaat. De amateurvoetballer bijvoorbeeld die, ondersteund door ploeggenoten, met verbrijzeld scheenbeen de wachtkamer binnenstrompelt, zal door iedere opmerkzame opsporingsambtenaar onmiddellijk als patiënt worden herkend. Ik merk in de tweede plaats op dat het nog maar de vraag is of de identiteit van bezoekers en begeleiders niet door het verschoningsrecht wordt bestreken. Als een patiënte erop mag vertrouwen dat het ziekenhuis niet openbaart met wie zij een amoureuze relatie is aangegaan, mag een patiënt er onder omstandigheden misschien ook wel op vertrouwen dat het ziekenhuis niet prijsgeeft wie bij hem op bezoek is gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd9b8dbfef333b44c3967e3e4b411aa1e784abde9d9bcdd221c2c0f4aeef8a8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd9b8dbfef333b44c3967e3e4b411aa1e784abde9d9bcdd221c2c0f4aeef8a8c, en de alinea staat in dat document op bytes 19559 tot 20501.