Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2018

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:191.

10. Naar het hof vaststelt heeft de verdachte expliciet tegen zijn vriend [betrokkene 3] gezegd dat hij [betrokkene 2] heeft vermoord. Voorts stelt het hof vast dat de door de verdediging opgevoerde, als alternatieve scenario’s geduide gang van zaken de mogelijkheid openlaten dat de verdachte de dader is, al dan niet in opdracht van de door de verdediging genoemde mogelijke partijen. Bovendien wijst het hof er op dat de verdachte zelf nimmer met een alternatief scenario is gekomen en geen antwoord heeft willen geven op vragen naar een alibi. Tegen deze achtergrond is volstrekt helder waarom het hof op basis van het door de verdediging aangevoerde in het licht van de inhoud van het dossier geen noodzaak aanwezig achtte het verzoek toe te wijzen. De beschouwingen van verdachtes raadsman over mogelijke - door hem als alternatief aangeduide - scenario’s vinden immers geen enkele steun in verdachtes verklaringen, zij nemen niet weg dat de verdachte tegenover een vriend heeft gezegd dat hij [betrokkene 2] heeft vermoord, dat hij geen alibi heeft verschaft en dat hij zich er zelfs niet op heeft beroepen dat zijn bekentenis tegenover zijn vriend grootspraak was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7450f13fadd632f33a866a539246d2fc988bce8eafcef9390829549fbf721d20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7450f13fadd632f33a866a539246d2fc988bce8eafcef9390829549fbf721d20, en de alinea staat in dat document op bytes 17100 tot 18289.