Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018

Onder 4.1. Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:194.

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) (ten tijde van het verwerven en/of het (uit winstbejag) voorhanden hebben en/of het (uit winstbejag) overdragen) (telkens) wist(en) en/of moesten weten, althans redelijkerwijze moesten vermoeden dat dit/die geldbedrag(en) en/of geldswaardige papieren en/of vordering(en) en/of op geld waardeerbare goederen (telkens) verkregen waren door misdrijf en/of wist(en) en/of begre(e)p(en), althans redelijkerwijze moesten vermoeden dat die voorwerpen - middellijk of onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2055fe0294e31f0ba188ffc9716ceff7e731a16a2e2c2e4cc7e5c7b708e15145. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2055fe0294e31f0ba188ffc9716ceff7e731a16a2e2c2e4cc7e5c7b708e15145, en de alinea staat in dat document op bytes 19649 tot 20211.