Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:199.
9. Ik begrijp dit onderdeel van het middel aldus dat de klacht niet zelfstandig opkomt tegen de door de steller van het middel aangenomen tegenstrijdigheid tussen de bewijsmiddelen, maar enkel tegen het ontbreken van bewijs dat de verdachte tegelijkertijd met of in aanwezigheid van anderen (openlijk) geweld heeft gepleegd. De vraag is dus (onder meer) of daarmee een eis wordt gesteld die de wet kent. Bij de beantwoording van die vraag laat ik – omwille van de discussie – de laatste passage van bewijsmiddel 2 buiten beschouwing. Het gaat mij thans om de juridische grondslag van het betoog van de steller van het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32373553a3a9c4befed025c1e5b193f77f6bece8fb7cb09ccda46b948be8b584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32373553a3a9c4befed025c1e5b193f77f6bece8fb7cb09ccda46b948be8b584, en de alinea staat in dat document op bytes 21997 tot 22709.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32373553a3a9c4befed025c1e5b193f77f6bece8fb7cb09ccda46b948be8b584 | shasum -a 256