Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:199.

17. Anders dan de steller van het middel betoogt, volgt hieruit dat bewijsmiddel 4 wel degelijk een selectie behelst uit redengevende onderdelen van de verklaring die de verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd. In dit verband heeft het hof klaarblijkelijk géén geloof gehecht aan verdachte’s verklaring voor zover deze inhoudt dat de verdachte door (de op de grond liggende) [betrokkene 1] werd beschoten op het moment dat hij, de verdachte, wegliep, waarna hij terugkeerde naar [betrokkene 1] om hem de gewraakte klappen (in diens gezicht) te geven. Dát het hof geen geloof heeft gehecht aan dit onderdeel van verdachte’s verklaring brengt een rechterlijke waardering daarvan tot uitdrukking. Die waardering wordt in cassatie niet op haar begrijpelijkheid aangevochten. Dat is overigens op goede gronden. De selectie en waardering van het beschikbare feitenmateriaal is immers voorbehouden aan de feitenrechter en zij behoeven in beginsel geen nadere motivering. De tweede klacht treft dus geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32373553a3a9c4befed025c1e5b193f77f6bece8fb7cb09ccda46b948be8b584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32373553a3a9c4befed025c1e5b193f77f6bece8fb7cb09ccda46b948be8b584, en de alinea staat in dat document op bytes 33157 tot 34182.