Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2018
Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:201.
Zoals blijkt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de onderwerpelijke regeling (de Wet van 4 juli 1990 tot wijziging van de inkomstenbelasting en loonbelasting (aftopping reiskostenforfait), Stb. 355) heeft de wetgever om redenen van uitvoerbaarheid en controleerbaarheid ervoor gekozen het verhoogde reiskostenforfait uitsluitend toe te kennen aan degenen die een OVK kunnen overleggen (zie onder meer Kamerstukken II 1989/1990, 21 397, nr. 10, nota naar aanleiding van het eindverslag, blz. 2-3 en nr. 14, verslag van een mondeling overleg, blz. 7-8). De wetgever heeft in redelijkheid kunnen oordelen dat die redenen een objectieve en redelijke rechtvaardiging vormen voor het gemaakte onderscheid. Onder die omstandigheid is van een door artikel 26 IVBP verboden discriminatie geen sprake. Voor een ander oordeel kan slechts plaats zijn in het geval dat een belastingplichtige in het bezit is van een op een tijdvak van 12 maanden betrekking hebbende openbaar vervoerkaart waarvoor een openbaar-vervoersonderneming niettemin niet een OVK wenst af te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d733d9c9216b09c56e55c314de04b5f4647ed25438a63aa55bad57580059dae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d733d9c9216b09c56e55c314de04b5f4647ed25438a63aa55bad57580059dae, en de alinea staat in dat document op bytes 55292 tot 56373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d733d9c9216b09c56e55c314de04b5f4647ed25438a63aa55bad57580059dae | shasum -a 256