Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2018
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:201.
7. Vooropgesteld dient te worden dat artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen verbieden, doch alleen die welke als discriminatie moet worden beschouwd, omdat een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de ongelijke behandeling ontbreekt. Daarbij verdient opmerking dat op fiscaal gebied aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of gevallen voor de toepassing van de bedoelde verdragsbepalingen als gelijk moeten worden beschouwd, en in het bevestigende geval, of een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen. Indien het niet gaat om onderscheid op basis van aangeboren kenmerken van een persoon, zoals geslacht, ras en etnische afkomst, dient het oordeel van de wetgever daarbij te worden geëerbiedigd, tenzij dat van redelijke grond ontbloot is. Dit laatste kan niet snel worden aangenomen. Het onderscheid moet van dien aard zijn dat de keuze van de wetgever evident van redelijke grond ontbloot is (zie HR 22 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1206).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d733d9c9216b09c56e55c314de04b5f4647ed25438a63aa55bad57580059dae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d733d9c9216b09c56e55c314de04b5f4647ed25438a63aa55bad57580059dae, en de alinea staat in dat document op bytes 13560 tot 14691.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d733d9c9216b09c56e55c314de04b5f4647ed25438a63aa55bad57580059dae | shasum -a 256