Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018
Onder 3.54 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:205.
Vervolgens dient zich de vraag aan of de gevorderde schade van dekking is uitgesloten indachtig bovenvermeld schuldbegrip. Het hof ziet aanleiding daarbij onderscheid te maken tussen de zaken [betrokkene 1] en Coby/Horn. Met verzekeraars is het hof immers van oordeel dat voor de beantwoording van die vraag relevant is dat tussen [verweerster] en [betrokkene 1] bij onherroepelijk geworden arrest vaststaat dat sprake is geweest van bewust roekeloos handelen aan de zijde van [verweerster] . Die vaststelling heeft mede bepaald tot vergoeding van welke schade [verweerster] jegens [betrokkene 1] verplicht is. Het is die schadevergoeding die onder de polis wordt geclaimd. Verzekeraars mogen zich dan ook bij het beoordelen van die claim beroepen op hetgeen in verband daarmee tussen [verweerster] en [betrokkene 1] in rechte is vastgesteld. Dat de verzekeraars geen partij zijn geweest bij de renvooiprocedure doet daaraan niet af. Evenmin is van belang dat het arrest feitelijk of juridisch onjuist zou zijn, nu het immers onaantastbaar is geworden en daarmee bepalend voor hetgeen tussen [verweerster] en [betrokkene 1] rechtens geldt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5829c5c9391ffc07d1bf20ed4fe614a41888360c8db7bd5ec73682f4122a26b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5829c5c9391ffc07d1bf20ed4fe614a41888360c8db7bd5ec73682f4122a26b, en de alinea staat in dat document op bytes 71555 tot 72707.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e5829c5c9391ffc07d1bf20ed4fe614a41888360c8db7bd5ec73682f4122a26b | shasum -a 256