Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:206.

Voor zover in het middel besloten ligt dat het hof met elke uitleg van de bepalingen in art. 4 van de borgtochtovereenkomst waarbij een beroep van Wave op onzorgvuldig handelen van ABN AMRO niet onder de daarin bedoelde verweermiddelen en rechten valt waarvan afstand wordt gedaan, buiten de grenzen van de rechtsstrijd zou zijn getreden is dit mijns inziens niet het geval. Dit zou slechts het geval zijn als (ook) Wave zich erop zou hebben vastgepind dat de schending door ABN AMRO van een zorgvuldigheidsverplichting die zij inroept hoe dan ook onder de bepalingen in art. 4 van de borgtochtovereenkomst valt, of, meer specifiek, dat de schending door ABN AMRO van een zorgvuldigheidsverplichting alléén betreft een schending van art. 6:154 BW, een schending die hoe dan ook onder de bepalingen in art. 4 van de borgtochtovereenkomst valt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abf7bb45b753a228f044d59e964838215dfdab7796e4900e95b3e7e8c280fa8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abf7bb45b753a228f044d59e964838215dfdab7796e4900e95b3e7e8c280fa8d, en de alinea staat in dat document op bytes 63003 tot 63860.